
Technische aandachtspunten uit de praktijk
Af en toe wordt er contact met ons opgenomen met de melding dat een transformator “niet werkt” of dat er een open verbinding wordt gemeten. Bij nadere navraag blijkt dan regelmatig dat de aansluitdraden als te lang zijn ervaren en zijn ingekort. In veel gevallen ligt daar de oorzaak van het probleem.
Hieronder lichten we een aantal situaties toe die we in de praktijk tegenkomen.
Massieve aansluiting als verlengde van de wikkeldraad
Intern bestaat een transformator uit koperdraad waarvan de windingen strak tegen elkaar liggen. Wanneer een transformator is uitgevoerd met meerdere secundaire wikkelingen, bevindt zich tussen deze wikkelingen niet altijd een extra isolerende laag. Om elektrische scheiding tussen windingen en tussen afzonderlijke wikkelingen te waarborgen, is de wikkeldraad voorzien van een zeer taaie isolerende laag.

Bij transformatoren met een massieve aansluiting is de aansluitdraad het verlengde van deze wikkeldraad. Buiten de transformator is om deze draad een PVC sleeve aangebracht voor isolatie en mechanische bescherming. Het uiteinde van de draad is ontdaan van de laklaag om aansluiting mogelijk te maken. Wanneer een massieve aansluiting wordt ingekort, moet deze laklaag opnieuw zorgvuldig worden verwijderd om een goede elektrische verbinding te kunnen maken. Dit is technisch geen probleem, mits dit zorgvuldig wordt uitgevoerd.
Dunne wikkeldraad bij lage stroomsterktes
Bij wikkelingen met een zeer lage stroomsterkte is de gebruikte massieve wikkeldraad vaak extreem dun. Deze draad is mechanisch kwetsbaar en kan bij geringe mechanische belasting breken. In deze gevallen wordt de isolerende laklaag over een grotere lengte verwijderd, waarna de draad driedubbel wordt gelegd, getwist en van een isolerende sleeve voorzien. Hiermee ontstaat een mechanisch sterkere en beter hanteerbare aansluiting.

Wanneer zo’n aansluiting later alsnog wordt ingekort, blijft er geen driedubbele draad meer over, maar drie afzonderlijke, in elkaar getwiste aders. Dit verzwakt de aansluiting aanzienlijk en kan leiden tot draadbreuk of een open verbinding. Deze aansluitingen zijn daarom niet geschikt om in te korten.
Wikkelingen met middenaftakking
Bij transformatoren met een middenaftakking, bijvoorbeeld 0 – 18 – 24 V, bestaat de secundaire zijde vaak uit twee afzonderlijke wikkelingen die extern in serie worden geschakeld. Het einde van de eerste wikkeling en het begin van de tweede wikkeling worden met elkaar verbonden, getwist en voorzien van een isolerende sleeve.
Deze verbinding vormt de middenaftakking.

Wanneer uitsluitend de buitenste aansluitingen worden gebruikt, ontstaat soms de neiging om de middenaftakking in te korten of te verwijderen. Door deze verbinding af te knippen wordt echter de serieverbinding tussen beide wikkelingen verbroken, waardoor de transformator niet meer functioneert. In deze situatie dient de ongebruikte aftakking geïsoleerd en opgebonden te worden, in plaats van afgeknipt.
Transformatoren met soepele (stranded) aansluitdraden
Bij transformatoren met soepele, meeraderige aansluitdraden is deze bedrading intern verbonden met de wikkeldraad en voorzien van isolatie. Deze aansluitingen kunnen in principe worden ingekort, mits dit met het juiste gereedschap gebeurt en alle afzonderlijke aders intact blijven.

Conclusie
Het inkorten van transformatoraansluitingen lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar kan bij bepaalde uitvoeringen leiden tot open verbindingen of draadbreuk. Twijfelt u over het type aansluiting of de juiste werkwijze? Neem dan contact met ons op voordat u de aansluitdraden inkort.
Bij maatwerktransformatoren kan de lengte en het type aansluiting vooraf worden gespecificeerd, zodat inkorten tijdens montage niet nodig is en de betrouwbaarheid van de aansluiting behouden blijft.
Amplimo – Powering your industry.


